Hoe werkt vennootschapsbelasting?

Van jaarrekening naar fiscale winst naar aanslag. Welke tarieven er in 2026 gelden, waarom je aanslag afwijkt van je resultaat en wat een fiscale eenheid verandert.

  • Tarieven 2026: 19% en 25,8%
  • Waar de fiscale winst afwijkt
  • Voorlopige en definitieve aanslag

Kort antwoord

Een BV betaalt vennootschapsbelasting over haar fiscale winst. In 2026 is het tarief 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% over alles daarboven. De aangifte moet bij een kalenderboekjaar vóór 1 juni van het volgende jaar binnen zijn.

De tarieven in 2026

Vennootschapsbelasting 2026
Belastbare winstTarief
Tot en met €200.00019%
Boven €200.00025,8%

Bij €250.000 belastbare winst betaal je dus 19% over de eerste €200.000 (€38.000) plus 25,8% over de resterende €50.000 (€12.900), samen €50.900. Niet 25,8% over het geheel: de schijf werkt net als in de inkomstenbelasting alleen over het deel dat erboven valt.

Waarom fiscale winst iets anders is

Je jaarrekening laat een resultaat zien. De aanslag gaat over de fiscale winst, en die twee lopen zelden gelijk. De belangrijkste bronnen van verschil:

  • Afschrijvingen. Commercieel mag je afschrijven volgens je eigen inschatting van de levensduur; fiscaal gelden er beperkingen, bijvoorbeeld bij gebouwen.
  • Beperkt aftrekbare kosten. Voor onder meer representatie en relatiegeschenken geldt een aftrekbeperking.
  • Voorzieningen. Niet elke commerciële voorziening wordt fiscaal geaccepteerd.
  • Deelnemingen. Resultaten uit een deelneming van 5% of meer vallen onder de deelnemingsvrijstelling en tellen niet mee in de fiscale winst.

De jaarrekening waarin dat resultaat staat, laten we opstellen als onderdeel van het VPB-traject. Die verschillen zijn niet fout: ze zijn het normale gevolg van twee stelsels met een ander doel. Ze moeten alleen wel worden vastgelegd, zodat je volgend jaar nog kunt uitleggen waar een post vandaan komt.

Voorlopige en definitieve aanslag

Het volledige aangiftelandschap van een vennootschap staat bij welke belastingen heeft een BV. Veel BV's krijgen een voorlopige aanslag op basis van een schatting en betalen die in termijnen gedurende het jaar. Na de aangifte volgt de definitieve aanslag en wordt er verrekend. Wijkt je winst sterk af van de schatting, laat de voorlopige aanslag dan bijstellen: te weinig vooruitbetalen levert belastingrente op, te veel vooruitbetalen kost je werkkapitaal.

De belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt in 2026 5%, gelijk aan het percentage voor de overige belastingen. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad van 16 januari 2026, waarna de Belastingdienst zijn percentagetabel voor de vennootschapsbelasting heeft aangepast.

Waar je nog op kunt sturen

De fiscale winst is geen vaststaand getal waar je machteloos tegenover staat. Een aantal keuzes ligt bij jou, mits je ze vóór het einde van het boekjaar maakt en ze goed onderbouwt.

  • Timing van investeringen. Een investering die je in december doet in plaats van in januari, valt in een ander boekjaar en kan recht geven op investeringsfaciliteiten in dat jaar.
  • Investeringsregelingen. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen en in milieuvriendelijke of energiezuinige middelen bestaan aparte aftrekregelingen, met eigen voorwaarden en meldingstermijnen. Die meldingstermijn is hard: te laat melden betekent geen aftrek.
  • Voorzieningen. Waar een toekomstige verplichting fiscaal aanvaardbaar is, kun je die al ten laste van dit jaar brengen.
  • Verliesverrekening. Een verlies verdwijnt niet; het kan worden verrekend met winst uit een ander jaar, binnen de wettelijke grenzen.

Dit is geen lijstje om zelf blind toe te passen. De regelingen kennen voorwaarden, drempels en termijnen die per jaar kunnen wijzigen, en een aftrek die achteraf niet blijkt te kloppen kost meer dan hij opleverde. Laat het doorrekenen voordat je de investering doet, niet erna.

De fiscale eenheid

Vormen een holding en een werkmaatschappij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, dan worden ze als één belastingplichtige behandeld. Er volgt dan één aangifte in plaats van één per vennootschap, en verliezen van de ene entiteit worden direct gesaldeerd met winsten van de andere.

Dat klinkt aantrekkelijk en is het vaak ook, maar er zit een prijskaartje aan: de schijfgrens van €200.000 geldt dan voor de groep in plaats van per vennootschap. Bij twee BV's die elk rond de €150.000 winst maken, betaal je zonder fiscale eenheid over beide bedragen het lage tarief en met fiscale eenheid over een flink deel het hoge. Laat dit doorrekenen voordat je iets aanvraagt. De administratieve verplichtingen per entiteit blijven overigens gewoon bestaan.

Veelgestelde vragen

Waarom wijkt mijn aanslag af van de winst in mijn jaarrekening?

Omdat de commerciële winst en de fiscale winst niet hetzelfde zijn. Afschrijvingstermijnen kunnen verschillen, sommige kosten zijn fiscaal beperkt aftrekbaar en bepaalde voorzieningen mag je fiscaal niet nemen. Die verschillen verklaren het gat.

Kan ik een verlies verrekenen?

Ja, verliesverrekening bestaat: een verlies uit het ene jaar kan worden verrekend met winst uit een ander jaar. Er gelden voorwaarden en beperkingen, dus laat per situatie narekenen wat er mogelijk is.

Is een fiscale eenheid altijd verstandig?

Nee. Het scheelt aangiftewerk en verliezen en winsten worden gesaldeerd, maar de schijfgrens van €200.000 geldt dan voor de groep als geheel in plaats van per vennootschap. Bij twee winstgevende BV's kan dat juist nadelig zijn.

Krijg ik automatisch een uitnodiging om aangifte te doen?

Reken daar niet op. De vennootschapsbelasting is een aanslagbelasting: je bent zelf verantwoordelijk voor tijdige indiening, ook als er geen brief komt en ook als de winst nihil is.

Deze pagina geeft algemene informatie op basis van officiële bronnen. Het is geen fiscaal advies voor jouw specifieke situatie. Bedragen, termijnen en regels kunnen wijzigen; controleer bij twijfel de bron of neem contact met ons op.

Zeker weten dat je fiscale winst klopt?

Wij sluiten het boekjaar af, stellen de jaarrekening op en leggen de fiscale verschillen vast, zodat ze volgend jaar nog uit te leggen zijn.