Het DGA-salaris en de gebruikelijkloonregeling
Als directeur-grootaandeelhouder ben je werknemer van je eigen BV, en de wet bepaalt een ondergrens voor je loon. Hoe die wordt vastgesteld, en wat er veranderde.
- De drie toetsen op een rij
- Normbedrag 2026: €58.000
- Wanneer een lager loon kan
Kort antwoord
De gebruikelijkloonregeling verplicht je als DGA om jezelf een marktconform loon toe te kennen. Dat loon is het hóógste bedrag uit drie toetsen: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer in je vennootschap of een verbonden vennootschap, en het normbedrag van €58.000 in 2026. Dat normbedrag is één van de drie referentiebedragen en geen absoluut minimum: kun je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is, dan kan het gebruikelijk loon ook lager worden vastgesteld. De doelmatigheidsmarge, waarmee je 25% onder het vergelijkingsloon mocht zitten, is per 1 januari 2023 afgeschaft.
De drie toetsen
| Toets | Waar het om gaat |
|---|---|
| 1. Meest vergelijkbare dienstbetrekking | Wat iemand in loondienst met vergelijkbare taken verdient, voor 100% |
| 2. Meestverdienende werknemer | Het hoogste loon binnen je vennootschap of een verbonden vennootschap |
| 3. Normbedrag | €58.000 in 2026 (in 2025: €56.000) |
Waar dit loon in het bredere aangiftelandschap van een BV past, staat bij welke belastingen heeft een BV. Je gebruikelijk loon is in beginsel het hoogste van deze drie. Verdient een vergelijkbare functie in loondienst €75.000, dan is dat in beginsel je gebruikelijk loon, ook al is het normbedrag lager.
Andersom werkt het ook: het normbedrag is geen absolute bodem. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking aantoonbaar láger dan €58.000, dan kan het gebruikelijk loon op dat lagere bedrag worden gesteld. In de praktijk wordt het loon vaak zonder meer op €58.000 gezet zonder dat toets 1 en 2 zijn onderzocht — dat kan zowel te hoog als te laag uitpakken. Wil je van het normbedrag afwijken, dan ligt de bewijslast bij jou.
De afgeschafte doelmatigheidsmarge
Tot en met 2022 mocht je het gebruikelijk loon vaststellen op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Die korting van 25% heette de doelmatigheidsmarge en is per 1 januari 2023 afgeschaft. Sindsdien telt het vergelijkingsloon volledig mee.
Voor veel DGA's is het verplichte loon daardoor sterker gestegen dan het normbedrag alleen doet vermoeden. Heb je vóór 2023 een afspraak gemaakt met de Belastingdienst die op de oude marge was gebaseerd, ga er dan niet van uit dat die nog geldt.
Wanneer het lager mag
Afwijken naar beneden kan, maar niet zomaar. Dit zijn de situaties die in de praktijk spelen:
- Een lager vergelijkingsloon. Kun je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het normbedrag, dan kan het gebruikelijk loon op dat lagere bedrag worden gesteld.
- Omvang van de werkzaamheden. Werk je beperkt voor de vennootschap, dan kan dat leiden tot een lager loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Een pro-rata verlaging van het normbedrag is echter niet automatisch toegestaan; onderbouw het lagere gebruikelijk loon.
- Verlies of continuïteitsproblemen. Bij structureel verlies of wanneer de continuïteit van de vennootschap in gevaar komt, kan een lager loon aan de orde zijn.
- Startende onderneming. Ook bij een startende vennootschap met beperkte middelen kan er ruimte zijn. Let op: de vroegere bijzondere startupregeling voor innovatieve starters is voor nieuwe gevallen vervallen. Die regeling en de algemene mogelijkheden bij startende ondernemingen zijn twee verschillende dingen en moeten niet door elkaar worden gehaald.
In al deze gevallen geldt hetzelfde: onderbouw het, leg het vast en stem het bij twijfel vooraf af met de Belastingdienst. Een correctie achteraf betekent een naheffing over meerdere jaren, met rente en mogelijk een boete. De actuele voorwaarden staan in het Handboek Loonheffingen 2026.
Wat het praktisch betekent
Het gebruikelijk loon is geen papieren afspraak: het moet correct in de loonadministratie en in de loonheffingen worden verwerkt. Dat betekent loonstroken, aangifte loonheffingen en afdracht. Ontvang je feitelijk minder dan het gebruikelijk loon, dan is het verschil fictief loon: daarover zijn toch loonheffingen verschuldigd en moet een correctie worden verwerkt. Bij Boekhoudheld kost het inrichten van de salarisadministratie voor een DGA eenmalig €150 excl. btw; in het pakket Holding compleet zit de lopende salarisadministratie in het maandbedrag.

Loon of dividend?
De klassieke vraag: kan ik mijn loon laag houden en de rest als dividend opnemen? De gebruikelijkloonregeling zet een ondergrens onder de loonroute, dus helemaal vrij ben je niet. Daarboven is er wel ruimte, en dan gaat het om een afweging tussen box 1 en box 2.
Reken die afweging door in plaats van hem op gevoel te maken. Er spelen meer factoren mee dan de tarieven alleen: heffingskortingen die worden afgebouwd, je box 3-vermogen, je pensioenopbouw en de vraag of de vennootschap het dividend überhaupt verantwoord kan uitkeren. Dat laatste staat bij dividend uitkeren uit je BV.
Lenen van je eigen BV
Er is nog een route waarlangs geld uit de BV naar privé komt: lenen. Dat is geen onbeperkte mogelijkheid. Boven de wettelijke grens voor eigen gebruik wordt het meerdere behandeld als een uitkering en belast in box 2. Kijk daarom periodiek naar je rekening-courantstand in plaats van die stilletjes te laten groeien.
Veelgestelde vragen
Geldt de regeling ook als mijn BV nog niets verdient?
De regeling geldt zodra je een aanmerkelijk belang hebt en werkzaamheden verricht voor de vennootschap. Bij een startende BV of bij structurele verliezen die de continuïteit bedreigen, kan een lager loon worden vastgesteld. Stem dat vooraf af met de Belastingdienst en leg het vast.
Ik werk parttime voor mijn BV. Mag het loon dan lager?
Bij deeltijd kun je het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer naar rato berekenen. Voor het normbedrag zelf geldt dat niet automatisch; onderbouw je situatie dus goed.
Geldt de regeling ook voor mijn partner?
Werkt je fiscale partner voor een vennootschap waarin jíj een aanmerkelijk belang hebt, dan kan de gebruikelijkloonregeling ook voor die partner gelden. De partner hoeft daarvoor niet zelf 5% van de aandelen te bezitten. Verricht de partner geen werkzaamheden, dan speelt de regeling niet.
Bij welke vennootschap hoort het loon?
Meestal bij de vennootschap waar je feitelijk voor werkt; in een holdingstructuur is dat vaak de holding, die vervolgens een vergoeding in rekening brengt bij de werkmaatschappij. Het is dus geen verplichting die elke afzonderlijke BV los heeft.
Deze pagina geeft algemene informatie op basis van officiële bronnen. Het is geen fiscaal advies voor jouw specifieke situatie. Bedragen, termijnen en regels kunnen wijzigen; controleer bij twijfel de bron of neem contact met ons op.
Gebruikte bronnen
- Belastingdienst — gebruikelijk loon voor de aanmerkelijkbelanghouder
- wetten.overheid.nl — Wet op de loonbelasting 1964, artikel 12a (gebruikelijkloonregeling)
- KVK — belastingtarieven 2026, waaronder box 2 en excessief lenen
- Belastingdienst — Handboek Loonheffingen 2026
Peildatum van deze pagina: belastingjaar 2026.
Klopt jouw DGA-loon nog?
We beoordelen de drie toetsen op jouw situatie en rekenen de verhouding tussen loon en dividend door.
