Het Gerechtshof Amsterdam wees op 27 januari 2026 de vorderingen van FNV af om alle Uber-chauffeurs, of groepen daarvan, collectief als werknemers aan te merken. De uitspraak betekent niet dat iedere Uber-chauffeur automatisch zelfstandige is en ook niet dat platformwerkers in het algemeen geen werknemer kunnen zijn.
Wat beoordeelde het hof?
Het hof beoordeelde de feitelijke werkrelatie. Bij de zes chauffeurs die in de procedure aan de zijde van Uber deelnamen, woog hun ondernemerschap zwaar mee. Onder meer investeringen, de wijze waarop zij werk organiseerden, hun vrijheid rond inzet en het dragen van ondernemersrisico speelden een rol.
Geen algemene vrijbrief
De uitspraak geeft geen standaardantwoord voor alle chauffeurs of alle zzp’ers. De kwalificatie van een arbeidsrelatie blijft afhankelijk van alle omstandigheden van het concrete geval. Digitale aansturing, een modelovereenkomst, meerdere opdrachtgevers of een bv zijn ieder afzonderlijk niet beslissend.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers en zzp’ers?
Leg afspraken duidelijk vast, maar zorg vooral dat de dagelijkse praktijk daarmee overeenkomt. Beoordeel onder meer wie bepaalt hoe, wanneer en waar wordt gewerkt, of vervanging mogelijk is, welk risico de werkende loopt en hoe de onderneming zich extern presenteert. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels. In 2026 kan zij correcties en naheffingen opleggen; vergrijpboetes zijn mogelijk, terwijl verzuimboetes in 2026 nog niet worden opgelegd.
Bronnen: Rechtspraak – Uber-uitspraak · Belastingdienst – handhaving.
Geschreven door de redactie van Boekhoudheld. Inhoudelijk gecontroleerd door Anass Bounhilat RA, registeraccountant — laatst gecontroleerd op 22 september 2026.

